Bandenspanning controleren en bijvullen
2026-01-08 · 5 min leestijd
Te zachte banden slijten sneller, verbruiken meer brandstof en kunnen gevaarlijk zijn in bochten en bij remmen. Te hard opgepompte banden geven een harder rijgedrag en slijten ongelijkmatig. Controleer de spanning daarom regelmatig – minstens eens per maand en altijd vóór een lange rit.
De juiste spanning vind je in je handleiding, op een sticker in de deur (meestal aan de bestuurderskant), in het tankklepje of in de sunvisor. Let op: er kan een andere waarde voor "normaal" en "zwaar beladen" of hoge snelheid staan. Gebruik de aanbevolen waarde in bar of psi.
Meet en vul de banden als ze koud zijn – dus vóór het rijden of na hooguit een paar kilometer. Een warme band heeft een hogere spanning; als je dan bijvult tot de aanbevolen waarde, kan hij na afkoelen te zacht zijn. Vergeet het reservewiel niet als je er een hebt.
Haal de dop van het ventiel, zet de bandenspanningsmeter of -pomp op het ventiel en lees de waarde af. Vul bij met een compressor (thuis of bij veel tankstations) tot de juiste spanning. Controleer bij een garage met professionele apparatuur ook de banden op beschadigingen en de profieldiepte.
Winterbanden hebben soms een iets andere aanbevolen spanning. Houd je aan de specificaties van de fabrikant. Goede bandenspanning is een kleine moeite met groot effect op veiligheid, comfort en portemonnee.